Het verlangen naar samen en het belang van community
- 16 mei
- 4 minuten om te lezen
De afgelopen twintig jaar is het bouwen en vormen van communities op verschillende manieren in mijn leven voorbij gekomen. Een community bouwen rondom een sociale onderneming. Communities voor maatschappelijke projecten. Communities rond opdrachtgevers.
En sinds een jaar of drie heeft het vormen van gemeenschappen een extra plek in mijn leven gekregen. Dat begon bij het initiatief dat voorheen de Sprekersboom en nu H.U.I.S heet.
Een groep pioniers die bij elkaar kwamen met het idee om een sprekers community te vormen. Over de maatschappelijke posities die we innemen, de impact die we maken, en hoe we elkaar konden versterken en ondersteunen in het verhaal naar buiten.
Dat was het idee.
Maar al heel snel merkten we dat dat eigenlijk toch niet de bedoeling was.
Door de bijeenkomsten kwam er een andere behoefte naar boven. De behoefte van samen zijn. Sterker nog: van leren samen zijn. Want dat bleek nogal een proces. Hoe snel ben je geneigd, met een groep ondernemende mensen bij elkaar, te denken dat er dán ook iets moet.
We moeten iets maken, iets creëren, iets in beweging brengen.
Wat volgde was dat de bijeenkomsten zich langzaam transformeerden tot momenten van samen ZIJN. Een vorm waarin we elkaar echt ontmoeten, stilstaan, elkaar vinden. Het is voor mij iedere keer een warm bad. Het voelt als huis.
Ik merkte deze community band het ook tijdens mijn laatste reis door de woestijn, met vijftien onbekende mensen. Zeven dagen lopen door de natuur, onder goede begeleiding, zonder werk en zonder telefoon. Je leert elkaar door deze deep dive zo snel op een diepere laag kennen. En al heel snel voelt het als een vriendengroep die je niet meer wil loslaten.
Ik voel het ook bij het Stilteblok. Een maandelijks ritueel waarin we met een aantal mensen bij elkaar komen om in stilte te zijn. Een groep met een gezamenlijke behoefte die alleen maar bij elkaar hoeft te zijn. Ook dat voelt als gemeenschapsvorming en blijkbaar kan dit dus ook door gewoon stil met elkaar te zijn ( er zijn voor 26 april nog maar een paar plekjes. Kijk hier)
Het riep bij mij de vraag op of dit iets is dat ik alleen in mijn eigen kringen zie. Maar toen ik er onlangs over sprak met Henry Mentink, die inmiddels vele communities bezoekt tot in Groenland aan toe, deelde hij precies hetzelfde. Dat mensen weer naar elkaar toe aan het kruipen zijn. Rustig, tastend, maar onmiskenbaar.
Charles Eisenstein verwoordde het ooit mooi: we hebben een story of separation gecreëerd. Een verhaal, een mantra, dat je er alleen voor staat en dat je het zelf moet rooien. Een verhaal waarin jij een afgescheiden wezen bent in een onverschillige wereld en waarin de ander primair concurrent is om schaarse middelen.
Het is geen idee dat we hebben bedacht.
Het is een idee dat wij zijn gaan bewonen.
Ik zie dat verhaal ook als ik vanuit mijn dakraam over onze tuinen uitkijk. Daar staat de story of separation, in de letterlijke vorm van alle schuttingen tussen onze tuinen.
Maar Eisenstein zegt nog iets anders. Dat dit verhaal zijn vanzelfsprekendheid aan het verliezen is. Dat we leven in wat hij de ruimte tussen verhalen noemt. The space between stories. Een tijd waarin het oude niet meer houdt wat het belooft, maar het nieuwe nog geen vaste vorm heeft gevonden.
Herken je dit ook? Systemen die afbrokkelen waarin generaties voor ons hun vertrouwen legden. Instituten die hun vanzelfsprekendheid verliezen. Verhalen over werk, over vooruitgang, over hoe een leven zich hoort op te bouwen, die niet meer zo soepel draaien als ze ooit leken.
Tegelijk is er nog geen helder groot alternatief dat de plek overneemt. Geen nieuwe mantra die ons vertelt hoe het dan wel moet.
Het is een ongemakkelijke plek om te staan. Maar het is ook een open plek. Ik geloof steeds meet dat dít de tijd is waarin de mensheid zich bevindt. Niet in een crisis die we moeten oplossen, maar in een overgang die we moeten doorleven.
Precies in die leegte, tussen het oude en het nog-niet, begint iets te bewegen. Niet met grote antwoorden of nieuwe systemen. Maar met mensen die de tussenruimte niet meteen proberen dicht te slaan met meer controle of meer zekerheid. Mensen die eerst weer de ander opzoeken. Die merken dat er niets groots gebouwd hoeft te worden voordat je überhaupt weer even bij elkaar kunt zijn.
Dat is volgens mij waarom mensen weer naar elkaar toe aan het kruipen zijn.
Ik hoor dat er steeds meer behoefte is aan dat andere verhaal. Een verlangen naar verbinding. Naar echt samen zijn met anderen. Een samenzijn dan níet hoeft te leiden tot een bepaalde output, maar dat het werkelijk gaat om dat samen zijn zelf. Het ontmoeten van de ander.
Wanneer maken we daar nog tijd voor?
Dat is precies de vraag die mijn goede vriend Nils Roemen een paar maanden geleden serieus heeft genomen.
Hij slingerde zijn initiatief: Ontmoeten "IN HET ECHT" de wereld in, en het is wat mij betreft een van de plekken waar die andere story vorm begint te krijgen.
Geen plek om samen iets te produceren, maar een plek om elkaar werkelijk te ontmoeten.
Ik ga er zelf ook heen, omdat ik die behoefte enorm voel.
Voor 7 mei zijn er nog een paar plekjes vrij.
Mocht dit bij je resoneren, dan hoop ik dat je meegaat. Niet om iets te bouwen. Maar om mee te schrijven aan die andere story.
Info & Aanmelden kan hier: https://www.eventbrite.nl/e/tickets-ontmoeten-in-het-echt-1989201673754?aff=erelexpmlt
De story of interbeing noemt Eisenstein het.
grz Michael




.png)